EEM Groepenkasten

Column: Bouwvakkers

Gerwin Groote Klazienaveen

Kijk, de gemeente stuurt zo af en toe een brief. Met daarin informatie over werkzaamheden in en rondom de woning. Ik moet heel eerlijk toegeven dat ik die brieven altijd even vluchtig ‘bekijk’. Nooit lees. Die verdwijnen altijd meteen bij het oud papier. Met als gevolg dat ik vanochtend, midden in de nacht (6.30 uur) van mijn bed gelicht werd door 4 bouwvakkers. Bellend, kloppend en roepend.
Strompelend van het bed naar de voordeur dacht ik toen nog bij mezelf, al rondkijkend door het huis: “Flink van mezelf, dat ik de hele zondag de moeite heb genomen om op te ruimen en eens écht goed schoon te maken…”

Ik doe de voordeur open en nog voor ik ‘Goedemorgen’ heb kunnen zeggen rennen er 2 bouwvakkers inclusief profielzoolschoenen met gipsplaatresten door de woning. Toen wist ik nog niet dat er nóg 2 waren. Eén van de twee binnen-arbeiders haast zich naar de meterkast, de ander verdwijnt als een mol met zonneallergie via het luik bij de achterdeur in de kruipruimte onder de grond.

Op datzelfde moment klinkt er van naast het huis een graafmachine, het geluid van bakstenen en een man die roept: “ Ik zie doar nog een putte!”

Verschrikt kijk ik uit het raam. En jawel, buiten staan er nog twee te popelen om de putten rondom het huis van een grote beurt te voorzien.

Eén van hen komt verschrikt binnen. Zijn blik op oneindig. Eerst dacht ik nog dat hij misschien bijna, per ongeluk, in de kruipruimte was gevallen maar net op tijd het luik had zien openstaan en dus eromheen kon manoeuvreren, dat bleek niet het geval. Ze willen koffie.

“Jochie”, schreeuwt ‘de Mol’. “Jochie, kuj eem de keuknkroan aanzettn?”
Ik antwoord: “Eh, ja hoor” . “Wat?” schreeuwt hij terug, “Je moen schreeuwn anders verstoa ik jou nie” “Ja hoor” schreeuw ik nog half slaperig en al koffie zettende terug.
“En” hoor ik weer van onder de grond. “Lup t woater makkelijker weg dan net?” Ik kijk beduusd in het afvoerputje. “Geen idee” antwoord ik, “ik let eigenlijk nooit zo op de snelheid van het leeglopen van het putje.”
“Joen hiele afvoer hing bol!” gaat ‘de Mol’ verder. “Moar, t is alweer kloar heur. Nou giet ’t allemaal veul sneller…” Ik bedank hem al schreeuwend. Hij blijkt alweer uit de grond te zijn en staat achter me. Geschrokken kijk ik om. Ik stamel: “Ok, koffie?”

Ik besluit even naar ‘Put 1 en 2’ te lopen om te zeggen dat de koffie klaar staat.
‘Put 1: “Verdomme joh, ’t liekt wel alsof hier beton in stort is ofzo..”
Ik antwoord met een grap die in mijn hoofd heel leuk was:
“Ja dat klopt, onder dat beton ligt een lijk, ik dacht ik stort er beton overheen, dat komt toch nooit iemand openbreken. Val ik even door de mand.”
Doodste stilte. 2 glazige blikken bekijken me van top tot teen. Ik ga over tot het aankondigen van de koffie en leg er voor de ongemakkelijkheid maar een extra koekje bij.

Terwijl ik door de woonkamer loop valt mijn oog op de gister gedweilde vloer. Overal hebben ze met hun schoenen ge.. gestempeld lijkt het wel. Het is een patroontje. Van voetzolen en grove profielen. Elk hoekje van de kamer is met uiterste precisie gestempeld. Alsof ze samen hebben afgesproken alleen nog maar op stukken te lopen die ongestempeld zijn om zo het patroontje compleet te maken.

Tijdens de koffie pauze grijp ik mijn kans snel te douchen. Ik ben nog niet droog onder de douche vandaan of ik hoor de elektriciteitsman al roepen vanuit de bijkeuken:
“Moej nou toch snel ’s eem hier kom’n kiekn!”
Ik haast me in mijn kleren en snel naar de bijkeuken.
‘Voltage’ duwt een blokje uit de elektriciteitsmeter in mijn gezicht met een daaraan vasthangend blauw verbrand en gesmolten kabeltje.
“Ie hebn geluk man dat ik hier vandoag kom. Dit komt noamelijk nie van daagn heur, dit is week’n dat t al zo aan ’t wegbranden is. ‘Lassen’ noem’n wie dat.”
Ik kijk met grote ogen naar het bakje en in de meterkast, waar het witte plastic ook al aardige zwarte roetvegen heeft.
“Goh” zeg ik. “Dat is raar. Jeetje, nou inderdaad. Daar had wel brand van kunnen ontstaan. Maar ja, wie kijkt er nou ook in zo’n kastje he?”
“Wie kek dr in zon kassie?” vraagt ‘Voltage’ heel geschokt. “Elke kerel zul ien keer in de moand eem in zien kast moetn kiekn! Dat doej toch ok met de olie van joen auto?”
“Olie van mijn auto?” vraag ik verbouwereerd. “Dan gaat er toch vanzelf een lampje branden?”
‘Voltage’ kijkt me aan alsof ik van een andere planeet kom.
Hij draait zich weer om en schroeft het nieuwe bakje op zijn plaats.
Ongemakkelijke situatie nummer twee.

Om de situatie te redden grap ik er nog overheen:
“Anders komt u elke maand hier even het kastje checken, dan weten we zeker dat ik niet op een ochtend verbrand als een kooltje op bed word gevonden!”
‘Voltage’ reageert niet eens meer.
Het is denk ik maar goed dat ik die brieven van de gemeente nooit écht lees.
Er zijn me denk ik in het verleden al heel wat gênante situaties bespaard gebleven daardoor…

Gerwin Groote