EEM Groepenkasten

Column: Erger u niet, verwonder u slechts

Gerwin Groote Klazienaveen

Elke keer dat ik in de auto van mijn eigen huis naar de supermarkt moet riskeer ik mijn leven. Niet alleen in fysiek opzicht, vooral psychisch. Wat een prachtplan om van Klazienaveen een metropool te maken.

Weg met het kanaal waar het allemaal is ontstaan en op naar kolossale nieuwbouw en dikdoenerij. En met die nieuwbouw ben ik niet eens ontevreden, in tegendeel. Ik vind dat het een mooie opsteker is, het is wat mij betreft mooi uitgevoerd.
Dat het kanaal heeft moeten wijken gaat me wel wat aan het hart. Dat terzijde.
Ik verwonder me echter ontzettend over de manier waarop de weg-delen en bijbehorende verkeerssituaties zijn aangelegd.
Ik bedoel; laten we eerlijk zijn: ‘Officieel’ mag er niet geparkeerd worden op het stuk voor ‘de Witte Olifant’. Om de sterke hand der wet te tonen heeft de gemeente zelfs knalgele borden geplaatst: “ Alleen parkeren binnen de vakken”. Boehoe, ik plas al bijna in mijn broek van angst.

Laat ik eerst zeggen; ik parkeer altijd netjes binnen die vakken. Ik ben denk ik toch zo’n bange ‘hand-der-wet’ jongen die zich keurig aan de regels houd.
Des te meer dat ik me erger aan mensen die dat niet doen. En die daar ongestraft mee weg komen. Want, om het maar bij de naam te noemen, de laatste keer dat ik politie zag bekeuren op foutparkeren in Klazienaveen, was het 1950. En toen was ik nog niet eens geboren. Moet je nagaan. Toen stond er een paard en wagen verkeerd op het erf voor de boerderij van Dhr. Tielsma.

Die frustratie is eruit. De volgende is waarom ik deze column wil wijden aan de achterlijke randdebiel die juist DIE verkeerssituatie heeft bepaald…

En dan heb ik het over het stukje weg dat aangelegd is vlak voor Bakker Bos. U kent de splitsing wel. Dat onwijs leuke, frisse, stukje wegdek dat een T splitsing vormt naar deze winkel, en een rechtdoor gaande weg naar die andere supermarkt.
Ik zou graag degene die heeft bedacht om een T-splitsing te maken en de overgebleven ruimte als een soort van bakstenen-‘parkje’ omheind met paaltjes te gebruiken standvastelijk willen afknallen. Zonder pardon.
“Heeft u nog een laatste woord?”
-“Edelachtbare”
“Dat was 1 woord: BAM”

Welke drieklapsmongool bedenkt het om, op zo’n krap stukje Klazienaveen een “OPEN” ruimte te creëren die gevaar en opstopping oplevert op een van de drukste wegen naar mijn favoriete supermarkt!? Terwijl het ‘stukje’ plein niet 1 maatschappelijke functie met zich meebrengt, behalve irriteren en onbegrip kweken.

En dat niet alleen. Er is door deze frivole ‘aanpassing’ bovendien veel te weinig parkeerruimte ontstaan. En dat levert de gemiddelde middenstander problemen op. Ik ben denk ik het voorbeeld van de doorsnee consument. Al schaam ik me er voor. Want ik wil eigenlijk niet zo zijn.
Ik vind namelijk het brood van de bakker aan die zijde het lekkerst. ( ik krijg trouwens geen cadeau omdat ik dit type; ik gebruik dit voorbeeld alleen om een punt te maken).
Ondanks dat ik dus het liefste daar brood haal, kom ik er nooit meer.
En waarom niet?
Omdat het makkelijker is om die helse weg door te rijden naar de supermarkt zonder dat ik hoef te parkeren op een plaats waar bijna geen parkeerplek is en daarna ongeveer 12 steden en 13 ongelukken moet doorstaan om überhaupt weer uit mijn parkeerplek te komen, want fietsers fietsen daar zonder pardon achter je auto langs. Als je er trouwens al kunt keren want vaak staan er ook auto’s aan de kant van de weg geparkeerd ( zelfde verhaal als voor ‘de Witte Olifant’… hopeloos, vrachtverkeer, gewoon verkeer, niets kan er dan nog langs).

Ik ben dus een gemakkelijke consument. Als ik vanaf de weg van de oude Purit rijd, richting de afslag naar rechts, daar de T-splitsing nader en naar links ga richting Bakker Bos, dan adem ik van te voren diep in. Ik probeer mezelf al van te voren te kalmeren. Ik doe de muziek iets zachter. Ik kijk goed uit.
En dan ga ik dat avontuur aan. Mensen die ineens bedenken dat afslaan voorgaat op rechtdoor rijden, die ineens vergeten dat rechts altijd voorrang heeft. Oei. Wat verwonder ik mij soms. En wat hekel ik dat stukje wegdek.

Aan de mensen van de bakker: Ik hoop toch zo dat er trouwe klanten genoeg overblijven zodat ook jullie het lot niet wordt toebedeeld om overgenomen te worden door een ‘fabriek’ die voortaan heel de mensheid bedient.
Want ik vrees dat juist dat gaat gebeuren. Dat meer mensen die overtuigd zijn van de kwaliteit van het product toch de ‘makkelijke’ weg zonder ‘wrijving’ zoeken. En waar is dat dan aan te danken?
Aan de man / vrouw die heeft bedacht dat de situatie er zo uit zou moeten komen te zien. En aan de gemeente, die dat dus, waarschijnlijk met een kop slappe automaten koffie, in een vergadering heeft toegewezen en goedgekeurd.
Aan deze mensen wil ik alleen schrijven: “ Ga je schamen, in de hoek. Foei!”

Ik ga vanaf nu een echte man zijn.
Ik denk dat ik dat kan. En ik hoop dat veel mensen dit lezen.
Zodat we met zijn allen, ondanks het feit dat het waarschijnlijk toch niet aangepast gaat worden, lief zijn voor elkaar op dat stukje wegdek.
Ik ga er vanaf nu als ‘statement’ weer mijn brood halen enn ik hoop dat wij als Klazienaveeners dat massaal gaan doen.
Dat we naar elkaar lachen op dat stukje achterlijk wegdek. Met zo’n blik naar elkaar kijken van:
“Ja, dit is echt de meest belachelijke situatie die er maar kan zijn, maar we gaan ‘m samen oplossen.”
Dat we ons niet ergeren, maar verwonderen.
Want verwonderen, dat kan in Klazienaveen……..

Gerwin Groote