EEM Groepenkasten

Column: Klazienaveen culinair

gerwin groote column klazienaveen columnistDe eerste zonnestralen zijn weer op aarde geland; het is lente.
Lente maakt bij mij altijd het gevoel van ‘buiten-de-deur-borrelen-en-eten’ los.
Dat gevoel kent zijn oorsprong uit de tijd dat ik zelf nog ‘Swollenaer’ was. Een tijdje terug in mijn studentenperiode. Er hoefde maar één wolk voor de zon weg te drijven of mijn telefoon stond rood-gloeiend van – toen nog – smsjes van vrienden om in de stad af te spreken op een terrasje. Vaak vond ik mezelf zo, op een nog nét iets te koude zondagmiddag op een terrasje met een fleecedeken en een horde vrienden om mij heen. Het eerste terrasje van het jaar vierende. Terwijl we daar zaten werd de groep steeds groter. Vrienden die even een wandelingetje door de stad maakten, schoven altijd aan. Van borrelen werd het eten en na het eten schuifelden we terug naar onze studentenkamers. De studiefinanciering hielp ons er door heen.

Inmiddels woon ik al een aantal jaren in Klazienaveen en ook hier dringen de eerste zonnestralen door de wolken heen. Toch valt me hier iets op. Die ‘gezellig-samen-komen-op-een-terrasje’ mentaliteit ontbreekt hier. Als ik op zondag door Klazienaveen wandel valt het me op dat het angstvallig stil is.

Dat terwijl Klazienaveen toch een aantal supertoffe eet- en drinkgelegenheden heeft gekregen in de afgelopen tijd. Een verrijking voor het dorp vind ik het.
Als je een aantal jaren geleden ‘trek’ had om buiten de deur te eten was je genoodzaakt een keuze te maken tussen de – culinaire hoogstandjes – pakweg tien snackbars of de pakweg tien shoarmazaken.

Mijn mooiste eet-herinnering uit Klazienaveen is er een van een zaak die het roer, naar mijn gevoel, voor het eerst ietsjes omgooide. Lunchroom ‘Janet’, indertijd gehuisvest in het pand dat nu onze groenteboer herbergt.
Het waren niet alleen de overheerlijke broodjes en de ijs met verse aardbeien die ‘Janet’ zo’n mooie herinnering maken, het was voornamelijk ‘Janet’ zelf die áltijd met een glimlach en een praatje haar verse broodjes wist te verkopen.
Verse broodjes en eens ‘iets anders’ dan patat of shoarma. Een verrijking.

Nu, laten we het breed nemen, zo’n vijftien jaren later herbergt ons dorp een paar zelfde plekken als waar ik een fijne herinnering aan heb. Een zaakje waar met dezelfde passie en huyselijkheid weer broodjes en verse jus worden geschonken. Zelfgemaakte taart en heerlijke salades en een prachtig terrasje dat uitzicht biedt, als u links kijkt, op onze andere aanwinst:
Een wild beest van formaat. Een ivoren krachtpatser in het wit. Een plek waar je, na de terechte verbouwing van het terras en het interieur, kunt genieten van zo’n wijntje zoals ik in Zwolle dronk.
Beiden met bediening waardoor je je thuis én gewenst voelt, zoals Janet deed in mijn herinnering.

Na elf jaren zelf in de horeca te hebben gewerkt durf ik stellig te beweren dat het vak ‘horeca’ niet aangeleerd kan worden, zelfs niet op de duurste privé-hotelschool. Horeca zit in je bloed.
Dat bewijst ook maar des te meer waarom er plaats is gekomen voor een, hopelijk, nieuwe verrijking van het dorp: een scheepskeuken. De vorige uitbater koos er indertijd voor om een snackbar/lunchroom te starten -weer die vervloekte snackbar -. Toch heb ik eens de stap genomen om er een broodje te halen. U moet zich voorstellen: een compleet lege zaak. Mijn metgezel en ik én in het verder verlaten pand ,gezeten bij het raam, twee oude van dagen die naar de passerende bezoekers van het centrum staren. Verder niemand, op het kauwgom kauwende personeelslid en de uitbater zelf na.
Tot mijn schrik presteerde de uitbater van de zaak het om al schreeuwende – een voor mij vreemd communicatiemiddel in de horeca – de twee oude van dagen mede te delen dat er geen bediening langs kwam en ze zelf even aan de kassa moesten gaan bestellen.
Ik zei het al; het zit in je bloed – of niet – .
De nieuwe betrekkers wens ik ongelooflijk veel plezier en succes in hun nieuwe pand waar de bijsmaak waarschijnlijk nog een tijdje huishoudt.

Wat zou het toch geweldig zijn als ook die nieuwe zaak, naast onze huidige aanwinsten, een succes zou worden.
Dat we voortaan kunnen kiezen tussen meerdere topplekken om onze eerste, tweede en derde borrels van het lente- en zomerseizoen te gaan drinken om vervolgens, lichtelijk aangeschoten, door te rollen in het diner en daarna kruipend terug te gaan naar onze eigen woningen, om daar de koffie te drinken die na het diner volgt.
Laten we namelijk niet in één keer een hele mentaliteit proberen om te gooien.

De koffie die je thuis schenkt, blijft natuurlijk goedkoper.

Gerwin