EEM Groepenkasten

Column: Roots

roots, boomwortelsIn een pizzeria in een badplaats in de Algarve nam vorige week een gezin naast ons plaats aan een tafeltje. Een beleefd knikje en een kort oogcontact volgden.

De beide kinderen, tieners, verdiepten zich al gauw in hun IPad en mobieltje, terwijl vader en moeder de menukaart bestudeerden. Vader ging voor een Portugese biefstuk, moeder besloot de tonijnsalade te proberen. De kinderen, door hoofdtelefoons afgesloten van het gezelschap, hadden niets te kiezen en konden een pizza tegemoet zien. Er viel een overduidelijke Twentse tongval te bespeuren tijdens de onderlinge conversatie van de echtelieden. Zangerig charmant en voor mij als geboren Almeloër zeer herkenbaar.

Het duurde dan ook niet lang of ik kon mijn nieuwsgierigheid niet langer onderdrukken en startte een gesprekje met: “En hoe is ’t in Twente tegenwoordig?” Raak!! Midden in de roos!
Vader was inderdaad geboren Almeloër ( moeder kwam uit een naburig dorpje) en was, net als ik zo rond zijn twintigste de wijde wereld ingegaan. Op zijn vraag waar ik dan gewoond had in Almelo antwoordde ik : “In de Kerkelanden”.
“Oh, in die Turkenbuurt vlak bij het station”, schamperde hij! “Ja”, antwoordde ik en het gesprek viel dood. Mijn vrouw nam het over en mijn gedachten dwaalden af naar de fantastische tijd die ik er in de jaren vijftig en zestig doorbracht. Ook wij waren destijds in zekere zin immigranten want mijn ouders waren beide “Stadjers”, maar de textielfabriek riep, zoals later de Turken, ook mijn vader al in 1953 naar Twente.

Ik kwam ter wereld aan de Schaepmanlaan en woonde in wat destijds de “Roomboterflats” werden genoemd. Nieuwbouwflats en van alle gemakken voorzien. Er woonden mensen van divers pluimage, kinderrijke gezinnen, een gescheiden ingenieur de heer Lindenbergh, de vrijgezelle dames Schreuder, gepensioneerd inspecteur van ’s Rijks belastingen O.W de Graaff en de familie Ste(une)nberg met hun dochtertje Berdien. Ze zat op dwarsfluitles.

Een jaar of vijftien geleden belde een vriend uit Almelo me op met de mededeling dat de flats binnenkort gesloopt zouden gaan worden. En als ik ze nog eens wilde zien………….. .
Het weekend erop toog ik naar mijn geboortestad en parkeerde de auto voor de flat waarvan al vele appartementen waren dichtgetimmerd. Beneden op nummer 10, mijn huis, hing een Turkse mevrouw over het balkon. Toen ik haar duidelijk probeerde te maken dat ik hier ruim 45 jaar geleden was geboren en er graag nog eens binnen wilde kijken nu het nog kon, leek ze me niet te begrijpen, draaide zich om en liep de keuken in. Teleurgesteld liep ik nog een keer om de flat, zag nog het kattenluikje dat mijn vader ooit had aangebracht in het kelderraampje en reed weer terug naar Drenthe. Een maand later startte de sloop.

De moeder in de pizzeria had, vertelde ze, nog familie wonen in Klazienaveen, mijn huidige woonplaats, en wel aan De Metten. Hemelsbreed zo’n driehonderd meter bij mij vandaan. Wat is de wereld klein, dacht ik nog. Je “roots” verloochenen zich echter nooit. Gelukkig maar !

Harry Nibbelke