EEM Groepenkasten

Dit jaar (2015) is het geen schrikkeljaar

kalenderKlazienaveen – Het is in 2015 geen schrikkeljaar, maar er is pas weer een schrikkeljaar tussen 1901 en 2099 als het jaartal door vier deelbaar is en dat is pas weer in februari 2016 het geval. Een schrikkeljaar is een jaar met 366 dagen in plaats van 365. Om de 4 jaar komt er in februari een dag extra erbij. Dit wordt gedaan omdat een jaar eigenlijk geen 365 dagen bevat maar 365,25 dagen, en door eens in de 4 jaar een dag extra bij het jaar te tellen lost men dit probleem eenvoudig op.

Hieronder een  tabel tot en met 2040:

29 februari 2012
29 februari 2016
29 februari 2020
29 februari 2024
29 februari 2028
29 februari 2032
29 februari 2036
29 februari 2040

De tijd die de aarde nodig heeft om één keer om de zon te draaien, en dus één keer alle seizoenen te doorlopen, noemen we een jaar. De tijd die de aarde nodig heeft om één keer om haar eigen as te draaien, en dus één cyclus van licht en donker te doorlopen, noemen we een dag. Nauwkeurige astronomische metingen resulteren er in dat een jaar, momenteel en gemiddeld, 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45,19 … seconden duurt en er dus 365,24219 … dagen in een jaar zitten. Uiteraard is het niet praktisch om een gebroken aantal dagen in een jaar te hebben en daarom is het concept van het “schrikkeljaar” met één extra dag al lang in zwang. Het woord “schrikkeljaar” is overigens terug te voeren op het Middelnederlandse woord “scricken” met de betekenis “springen” of “met grote passen lopen”.

In het jaar 46 vóór Christus voerde Julius Caesar de “Julische” kalender in, met iedere vier jaar een schrikkeljaar. Gemiddeld gesproken heeft een jaar dan 365,25 dagen. Dat is dus bij benadering 365,25 – 365,24219 … = 0,00781 … dag (ongeveer 11 minuten en 15 seconden) per jaar te veel. Rond 730 ná Christus was men zo ver dat men die fout kon bepalen, maar daar werd nog lange tijd niets mee gedaan.

In 1582 bepaalde Paus Gregorius XIII echter dat donderdag 4 oktober 1582 direct gevolgd zou worden door vrijdag 15 oktober 1582 om de inmiddels opgelopen fout in één keer goed te maken en dat er voortaan slechts 97 schrikkeljaren in iedere periode van 400 jaar zouden zijn. Een jaar heeft dan gemiddeld 365 + 97/400 = 365,2425 dagen, een benadering van de werkelijk­heid die voorlopig voldoende nauwkeurig is. Uiteraard koos de toenmalige paus voor de correctie een moment waarop er geen Christelijke feestdagen in het gedrang kwamen. Toch stuitte zijn ingreep op groot verzet: veel mensen meenden dat zij door het overslaan van 5 tot en met 14 oktober 1582 tien dagen korter zouden leven.

Deze “Gregoriaanse” kalender werd onmiddellijk geaccepteerd door katholieke landen zoals Italië, Spanje, Portugal en Polen, korte tijd later gevolgd door Frankrijk, Luxemburg, België en de toenmalige zuidelijke gewesten van Nederland. De noordelijke gewesten verlieten de Julische kalender pas rond 1700, Groot-Brittannië volgde nog later in 1752 en de Sovjet-Unie pas in 1918. Zo is bijvoorbeeld de grote Britse wis- en natuurkundige Sir Isaac Newton volgens de toen­malige Britse kalender geboren op Eerste Kerstdag 1642, maar was het in veel andere landen op dat moment al 4 januari 1643. En ook wordt de Russische Oktoberrevolutie (van 25 oktober 1917) ieder jaar herdacht op 7 november, omdat het verschil tussen de Julische en Gregoriaanse kalenders inmiddels was opgelopen van tien dagen in 1582 tot twaalf dagen in 1918.

Volgens de Gregoriaanse kalender zijn de 97 schrikkeljaren als volgt verdeeld over een periode van 400 jaar:

  • uitgangspunt is het jaar van 365 dagen (dat levert 0 schrikkeljaren per 400 jaar op);
  • uitzondering daarop: ieder jaar waarvan het jaartal deelbaar is door vier is een schrikkeljaar (dat levert 100 schrikkeljaren per 400 jaar op);
  • uitzondering daarop: eeuwjaren zijn geen schrikkeljaren (dat levert 96 schrikkeljaren per 400 jaar op);
  • uitzondering daarop: eeuwjaren waarvan het jaartal deelbaar is door 400 zijn toch schrikkeljaren (dat levert de gewenste 97 schrikkeljaren per 400 jaar op).

Februari

De schrikkeldag werd toebedeeld aan februari, omdat die maand tot het jaar 456 de laatste maand van het jaar was en de minste dagen telde. Dat kwam ook omdat de Romeinse keizer Augustus een dag van februari had afgehaald en had toegevoegd aan de naar hem genoemde maand augustus, om deze even veel dagen te laten tellen als de maand juli, vernoemd naar Julius Caesar. Tot het jaar 456 begon het jaar dus met de maand maart (om het jaar met de lente te laten beginnen), hetgeen direct de namen september, oktober, november en december verklaart als de zevende, achtste, negende en tiende maand van het jaar.

De jaren 1700, 1800 en 1900 waren geen schrikkeljaren, 2000 was dat wel, 2100, 2200 en 2300 zullen het niet zijn, etc. Iedereen die ná 1900 geboren is en vóór 2100 zal overlijden, zal nooit een andere situatie meemaken dan dat er iedere vier jaar een schrikkeljaar is.

Het gelijktrekken van de tijd heeft over het algemeen nog later plaats­gevonden dan het gelijktrekken van de kalender. Pas vanaf 1 mei 1909 zijn er binnen Nederland geen tijdsverschillen meer tussen verschillende plaatsen. De laatste dag dat Nederland binnenlandse tijdsverschillen kende was dus vrijdag 30 april 1909, toevallig ook de geboortedag van Koningin Juliana.

53 weken

Ieder jaar heeft 52 ‘hele’ weken plus één of (in een schrikkeljaar) twee ‘extra dagen’. Die extra dagen resulteren in 53 genummerde weken in sommige jaren. Het kalenderjaar 2009 was zo’n jaar. Het eerstvolgende jaar met 53 genummerde weken is 2015. Een ‘gewoon’ jaar heeft 365 dagen, dat zijn 52 weken plus één dag, en een schrikkeljaar heeft 366 dagen, dat zijn 52 weken plus twee dagen. Het kan dus niet zo zijn dat ieder jaar 52 genummerde weken heeft, want dan zouden er na verloop van tijd te veel dagen ‘over’ zijn. Beschouw nu een (willekeurige) periode van 28 aaneengesloten jaren. In die periode vallen zeven schrikkeljaren en 21 gewone jaren. In die periode van 28 jaar zijn er bij elkaar dus (7 x 2) + (21 x 1) = 35 dagen bovenop de 28 x 52 weken. Omdat 35 dagen precies vijf weken vormen, komen er in iedere periode van 28 jaar vijf jaren met 53 genummerde weken voor.

Volgens afspraak begint de week op maandag en loopt tot en met zondag. Een week heeft een weeknummer in het jaar waarin de meeste dagen van die week vallen. Als bijvoorbeeld 29 december op een maandag valt, is dat de eerste dag van week 1 van het nieuwe jaar, want van de zeven dagen in die week (29, 30 en 31 december, 1, 2, 3 en 4 januari) vallen de meeste dagen in het nieuwe jaar. Als 1 januari van een gewoon jaar op een donderdag valt, dan valt 31 december van dat jaar ook op een donderdag, want dat jaar heeft 52 weken plus één dag. De week waarin 1 januari van dat jaar valt is dan week 1 (want 1, 2, 3 en 4 januari vallen in die week) en de week waarin 31 december valt is week 53 (want 28, 29, 30 en 31 december vallen in die week).

In 2016 week zomervakantie extra

Dezelfde redenering geldt voor een schrikkeljaar waarvan 1 januari op een donderdag valt, alleen valt 31 december dan vanwege de extra dag dan niet op een donderdag, maar op een vrijdag. Als 1 januari van een schrikkeljaar op een woensdag valt, dan valt 31 december van dat jaar op een donderdag, want dat jaar heeft 52 weken plus twee dagen. Ook zo’n jaar heeft 53 genummerde weken (want 28, 29, 30 en 31 december vallen in week 53). Alle (gewone én schrikkel-)jaren waarvan 1 januari op een donderdag valt, plus de schrikkeljaren waarvan 1 januari op een woensdag valt, hebben 53 genum­merde weken. De ‘extra’ week 53 resulteert altijd in een extra week zomervakantie, maar niet in het jaar dat 53 genummerde weken heeft. Zo was 2009 het vorige jaar met 53 genummerde weken en 2015 zal het volgende jaar zijn. Het kalenderjaar 2011 had een zomervakantie die één week langer was dan normaal, het eerstvolgende kalenderjaar met een langere zomervakantie is 2016.

(Bron: www.utwente.nl)