EEM Groepenkasten

Klazienaveen – het begon allemaal in 1884 – deel 1

Klazienaveen vroeger Veenkeet

Klazienaveen – In 2014 is het 130 jaar geleden dat Klazienaveen is ontstaan. Van een veenkeet in 1884 tot het moderne woon/winkelcomplex Het Schip als onderdeel van een dynamisch dorp anno 2014. Klazienaveen heeft een relatief korte maar bewogen veenkoloniale geschiedenis achter de rug.

Veen, turf en ontginning, het heeft klazienaveen gevormd tot wat het nu is.

In een reeks verhalen van Jans Jagt kijkt hij terug op de geschiedenis van Klazienaveen. Dit keer de twaalfde aflevering en daarmee ook de slotaflevering.

Veen, turf, ontginning, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is. In een 12-tal verhalen van Jans Jagt wordt teruggekeken op de 130-jarige geschiedenis van Klazienaveen. Steeds aan het eind van de maand verschijnt een nieuw verhaal op www.klazienaveen24.nl. Centraal hierin staat de familie Veenstra dat als eerste gezin in deze streek kwam te wonen.

Veenarbeider

Het gezin Veenstra telde naast vader Geert en moeder Jantje ook nog drie kinderen; Geert, Lubbert en de kleine Anna. Geert was een sterke kerel die zijn boterham als veenarbeider verdiende.

Om de vijf monden te kunnen vullen moest ook Jantje flink meehelpen, evenals de twee oudste kinderen. Vooral in de zomer. De zevenjarige Lubbert was een echt bijdehandje. “Mag ik net aas pa dan ok tabak proemen” vroeg hij keer op keer op weg naar het veen. Tot vader Geert een keer toegaf. Na een flinke overgeef bui was de lol er direct af. Lubbert was nog lang geen veenarbeider.

Klazienaveen vroeger Veenarbeiders

Het was keihard werken in ’t Smeulveen. Graven, graven en nog eens graven in weer en wind. Laarzen waren er nog niet, klompen een luxe. Een paar sokken, heerlijk. Het veen was altijd nat. En lange dagen, ’s morgens in alle vroegte naar het veen. Moeder Jantje ging tegen vijven terug naar huis om het eten op te zetten. Geert volgde tegen zeven uur.

De keet op het hoogveen stelde niets voor, het tochtte binnen en er mankeerde altijd wel wat aan.

Ellende was er genoeg in het veen; lage lonen, zwaar werk, lange dagen en bij een groot deel van de veenarbeiders was de drank ook nog eens een probleem. Er werd zwaar gedronken om de kou en nattigheid uit de botten te verdrijven.

Gelukkig kon Geert die drank nog steeds weerstaan. Dat was blijkbaar zijn baas ook niet ontgaan want die vroeg Geert en zijn gezin om verder zuidwaarts te trekken om daar te gaan werken.

Groot-industrieel Willem Albert Scholten uit Groningen had in 1874 grote veengebieden in Zuidoost Drenthe aangekocht van de Drentse Veen- en Midden Kanaalmaatschappij.

Problemen met het Oranjekanaal lagen hieraan ten grondslag. De uitlopers van de Hondsrug vormden een onoverkomelijk (financieel) probleem. Was het Oranjekanaal doorgetrokken zoals de bedoeling was, dan was Klazienaveen waarschijnlijk nooit ontstaan.

Die problemen gingen aan het gezin Veenstra voorbij. Zij hadden de zorg in leven te blijven.

Klazienaveen vroeger Veenkeet

Veenkeet

Zij mochten een keet op het bovenveen bouwen, iets ten noorden waar later de Purit werd gebouwd. Met zelfs een klein tuintje voor aardappelen en bonen. Nu was het vaak roggebrood, vaak besmeerd met gebakken raapolie en vet. Voor iemand met honger smaakte het allemaal best goed.

Ter compensatie voor de gedwongen verhuizing kreeg het gezin Veenstra een drachtig schaap, een rijk bezit. Dat schaap ging ook mee naar het veen. Met een lijn werd het schaap aan de kinderwagen van de kleine Anna vastgemaakt. Er was voor een schaap ook altijd wel wat voedsel op het veen te vinden.

In de volgende aflevering maakt het gezin de ontwikkelingen rondom het ontstaan van Klazienaveen van dichtbij mee.

Jans Jagt