EEM Groepenkasten

Locaties voor windmolens bekend

windmolen windmolens windenergie - pixabayRegio – Op dinsdag 28 juni heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie Emmen, Windenergie’ vastgesteld. Met dit besluit heeft de raad de locaties aangewezen waar windparken mogen worden gebouwd.

Ook staan in de structuurvisie eisen waaraan ontwikkelaars van een windpark zich moeten houden om hinder te beperken. Met het vaststellen van de structuurvisie zijn de volgende gebieden aangewezen:

  1. Gebied N34, 21 MW, 7 windmolens
  2. Gebied Zwartenbergerweg, 24 MW, 8 windmolens
  3. Gebied Pottendijk, 50.5 MW, 17 windmolens.

* Het aantal windmolens is afhankelijk van het type molen. Hier gaan we uit van 3MW windmolens.

De provincie Drenthe heeft bepaald dat de gemeente Emmen de ontwikkeling van 95,5 MW windenergie mogelijk moet maken. Om de hinder en gezondheidsrisico’s voor bewoners zo veel mogelijk te beperken, heeft de gemeente ervoor gekozen om zelf het proces te organiseren en dit niet door de provincie te laten doen. Uit onderzoek blijkt dat de hinder door geluid en slagschaduw in de gekozen gebieden het minst is. Ook ontstaat er met deze keuze geen insluiting van woongebieden door twee of meer windparken.

Eisen windmolenparken in de gemeente Emmen

In de structuurvisie is ook een aantal eisen opgenomen waaraan een windmolenpark in de gemeente Emmen moet voldoen, namelijk:

  • Een afstand van 1100 meter tot woongebieden en 500 meter tot individuele woningen (Begrip ‘woongebied’ is gebaseerd op de beleidsnotitie ‘Bouwen in de Linten’)
  • Windmolens hebben een ashoogte van maximaal 100 meter, zodat omwonenden zo min mogelijk geluidhinder en landschappelijke hinder krijgen.
  • De tiphoogte van de windmolen is maximaal 149 meter. Dan hoeft er geen ‘obstakelverlichting’ op de molen. In goed overleg met de omwonenden is het mogelijk om hogere windmolens te plaatsen. Dat kan ervoor zorgen dat er minder molens nodig zijn of dat het meer oplevert voor de omgeving. Dit moet worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst tussen de ontwikkelaar en de omwonenden.
  • Tijdelijke plaatsing van windmolens voor de duur van maximaal 16 jaar . Bij uitzondering en goed gemotiveerd of in overleg met de omwonenden mag dit ook 20 jaar worden.

Gedragscode windenergie

De gemeente wil hinder van windmolens voor omwonenden zoveel mogelijk beperken. Omwonenden moeten daarom kunnen meebeslissen hoe het windpark wordt gerealiseerd. Daarvoor heeft de gemeenteraad een gedragscode Windenergie vastgesteld. Hierin staat beschreven hoe ontwikkelaars, grondeigenaren, omwonenden en de gemeente met elkaar omgaan en welke rol de gemeente daarbij speelt. Onderwerpen in de gedragscode zijn onder andere:

  • Hoe wordt hinder zoveel mogelijk voorkomen?
  • Hoe wordt compensatie van eventuele (plan) schade van omwonenden geregeld?
  • Welke rol hebben omwonenden, ontwikkelaars en de gemeente?
  • Omgangsafspraken
  • Meeprofiteren

Hoe gaat het nu verder?

Nu de gemeenteraad de structuurvisie Emmen, Windenergie heeft vastgesteld, start een nieuwe fase. Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor omwonenden van de toekomstige windmolenparken. Met de gedragscode is bepaald dat ook in deze fase een proces komt waarbij omwonenden mee praten over onder andere het ontwerp van het windpark en de invulling van het windfonds. Per gebied wordt een bewonersplatform ingericht. Dit is een platform dat bestaat uit uit 4 tot 7 omwonenden, de ontwikkelaars , een vertegenwoordiger vanuit de gemeente Emmen en een onafhankelijk voorzitter. Daarbij kan het platform in overleg gebruik maken van inzet van deskundigen. De gemeente betaalt de kosten die hiervoor gemaakt worden. In het bewonersplatform wordt de invulling van het windpark verder uitgewerkt. Nadat het platform over het bovenstaande heeft gesproken, wordt dit gepresenteerd aan alle omwonenden die geinteresseerd zijn. De gemeente organiseert dit gebiedsproces.

Op basis van de uitkomsten kan de ontwikkelaar een vergunningaanvraag voorbereiden. Daarbij moet de ontwikkelaar rekening houden met de eisen in de structuurvisie en de gedragscode. Ook moet de ontwikkelaar een milieu-onderzoek laten doen (projectMER). De verwachting is dat ze begin 2017 een vergunningaanvraag bij de gemeente kunnen indienen. Nadat de vergunning al dan niet is verleend, kunnen belanghebbenden hiertegen bezwaar maken.
Als het gebiedsproces afgerond is, de vergunningen zijn verleend en de gehele procedure is doorlopen, kunnen de ontwikkelaars de windparken (laten) bouwen. Naar verwachting gebeurt dat in 2020.