EEM Groepenkasten

Mest verbranden in testfase bij vleeskuikenhouder in Klazienaveen

kuikens kip pixabayKlazienaveen – Vleeskuikenhouder Ramon Harmes uit Klazienaveen wil in 2017 een deel van zijn kuikenmest verbranden. Hij wil met deze energie de stallen verwarmen en de mest drogen.

Het idee is eigenlijk niet helemaal nieuw, want zijn vader wilde al in 1989 mest verbranden. De regelgeving liet dat destijds echter niet toe. Ramon Harmes heeft zich de afgelopen jaren verdiept in hoe hij zijn bedrijf op het gebied van energie duurzamer zou kunnen inrichten.

Dit jaar heeft hij in samenwerking met Daniels Smart Energy en de leverancier van de kachel uitgebreid onderzoek gedaan met een proefopstelling van een kleine verbrandingsinstallatie. Het doel daarvan was om te onderzoeken of het principe zou werken en of de gestelde uitstootnormen konden worden gehaald. Dat ging volgens Harmes boven verwachting. Daarom wil hij nu gaan investeren in een grootschaliger verbrandingsinstallatie. Bovendien wil hij zijn ongeveer 125.000 vleeskuikenplaatsen uitbreiden naar ongeveer 245.000. Hiervoor zullen 2 van zijn 4 huidige vleeskuikenstallen worden vervangen door nieuwbouw.

Erkenning

De gemeente en de provincie willen zich volgens Harmes niet branden aan het geven van een ontheffing en/of erkenning om mest te verbranden, in combinatie met mestdroging. Toch heeft hij nu een erkenning voor een testinstallatie.

Harmes geeft aan dat er binnen deze testfase moet worden voldaan aan de normen voor het verbranden van hout. Die normen kunnen ruimschoots worden gehaald, blijkt uit eerdere proeven. Daarnaast komt er een chemische luchtwasser en een biofilter voor de geur.

De commissie MER (milieueffectrapportage, red.) wil de omgevingsvergunning toestaan, op voorwaarde dat enkele zaken zijn verduidelijkt. Dit zal volgens Harmes in een paar weken geregeld zijn. Door ureum te injecteren in de naverbranding van de kachel zal volgens Harmes ruimschoots worden voldaan aan de gestelde uitstootnormen.

Ook moeten een luchtwasser en biofilter zorgen voor een ammoniakreductie van 95% en een geurreductie van 30%. Door middel van warmtewisselaars bedraagt de reductie van fijnstof in de pluimveestallen 30%.

Vrijkomende warmte gebruiken

Een deel van de vrijkomende verbrandingswarmte wil Harmes gebruiken voor het verwarmen van de vleeskuikenstallen. Tevens wil hij met deze warmte de mest voordrogen met een banddroger. Hierdoor wordt de mest gedroogd tot tot 90% droge stof. Ter vergelijking: de natste vleeskuikenmest bevat zo’n 50 tot 55% droge stof.

De gedroogde mest zal worden opgeslagen in een tussenbunker. Voor een optimale verbranding is een drogestofpercentage van 90% van nodig. De verse mest gaat eerst door een versnipperaar om kleine, gelijkmatige delen te verkrijgen die daarna goed kunnen worden verbrand.

Van de in totaal 2.300 ton mest zal 800 ton worden gebruikt voor de verbranding. De rest, zo’n 1.500 ton, wordt gedroogd naar 90% droge stof. Er blijft dan 1.100 ton gedroogde mest over, dat vervolgens wordt gehygiëniseerd en geëxporteerd naar Duitsland of het wordt binnenlands gebruikt.

Investering

De totale investering van dit systeem bedraagt een kleine miljoen euro. Van de provincie Drenthe ontvangt Harmes bij 2 ton subsidie bij realisatie. Volgens Harmes was het een lange en moeizame weg, maar uiteindelijk lijkt alles toch te zijn geregeld.

(Bron: www.nieuweoogst.nu)