EEM Groepenkasten

RIVM: Sporten op rubbergranulaat is veilig, wetenschappers kritisch

rubbergranulaat kunstgras kunstgrasveldKlazienaveen – Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat verantwoord is. Derhalve zal het kunstgrasveld op Sportpark De Planeet weer open gesteld worden. Dat laten vv Zwartemeer en vv Klazienaveen op hun websites weten.

Na de ontstane onrust hebben de besturen van beide voetbalverenigingen besloten om het kunstgrasveld, in afwachting van de resultaten van het onderzoek van het RIVM, te sluiten. Begin deze week bracht het RIVM het onderzoeksresultaat naar buiten, waarbij het sein door RIVM en KNVB op veilig werd gezet. De besturen scharen zich achter de uitkomst van dit resultaat en hebben het kunstgrasveld weer open gesteld voor gebruik.

Lees hier de resultaten van het onderzoek van het RIVM: Onderzoek rubbergranulaat sportvelden 2016

Wetenschappers kritisch over RIVM-rapport

Wetenschappers zijn echter kritisch over RIVM-rapport kunstgras. Ondanks de geruststelling van het RIVM over het risico op kanker bij sporten op kunstgras, plaatsen wetenschappers enkele kanttekeningen.

Onderzoekers van het RIVM constateerden dat de stoffen uit de rubberkorrels onder laboratoriumomstandigheden slechts in zeer beperkte mate in kunstmatig zweet of een gesimuleerd maagdarmstelsel terechtkwamen. Daaruit concluderen zij dat sporters in de praktijk weinig aan deze stoffen blootstaan door huidcontact met de korrels of door het per ongeluk inslikken ervan. Ook de blootstelling door inademing van vluchtige stoffen uit deze korrels, zoals zich op het veld bij zonnig en warm weer zou kunnen voordoen, is heel beperkt. Opgeteld zouden met deze blootstellingsniveaus voor PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen, kankerverwekkende stoffen) ongeveer één op de miljoen mensen die hun leven lang veldspeler zijn daadwerkelijk kanker kunnen krijgen. Zulke risico’s op een heel mensenleven zijn zo klein dat het volgens het RIVM verantwoord is om het als ‘praktisch verwaarloosbaar’ te beschouwen.

Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie van de Universiteit Utrecht, die ook in de wetenschappelijke klankbordgroep van het RIVM zat op dit dossier, heeft nog wel ‘kanttekeningen’ hierbij: “Om de risico’s in te schatten maakte het RIVM gebruik van proefdierstudies die de kankerverwekkendheid van PAK’s vanaf de puberteit tot het einde van het leven bestudeerden. Andere proefdierstudies laten echter zien dat blootstelling aan PAK’s in de kindfase de kans op tumoren in het latere leven aanzienlijk verhoogt.”

Opteleffecten

“Bovendien is niet uit te sluiten dat er opteleffecten zijn van schadelijke stoffen in het rubber.”, zegt Van den Berg. “Rubber is een zeer complex mengsel waarvan we eigenlijk nauwelijks weten of er mengsel-effecten optreden. Op basis van beperkte informatie weten we echter wel dat sommige metalen in combinatie met PAK’s de schade aan het DNA kunnen verdubbelen, en daarmee dus het risico op tumorvorming.”

Ook Jan Tytgat, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, ziet nog punten waarop het gezondheidseffect kan zijn onderschat: “Ten gevolge van wrijving kan er meer uit het rubber vrijkomen, wat bijvoorbeeld optreedt door een sliding bij het voetballen. En wat gebeurt er bij schaafwonden? Men kan verwachten dat er via de beschadigde huid meer contact is met de stoffen dan via de intacte huid.”

Van den Berg vindt daarom dat er ruime veiligheidsmarges genomen moeten worden. “Bij de risicoschatting voor kinderen moet het voorzorgsbeginsel prevaleren.”

Lees het hele verhaal op www.nrc.nl.