De verloren haan De kerktoren, die mooi wou zijn stond droevig in de vroege morgenzon Nog steeds kon zij niet geloven dat ze zonder haar haan verder leven kon Bij windkracht tien de vorige dag sloeg het noodlot onverwachts toe Een stekende pijn boven in de kruin ik wil m’n haan terug, maar ik weet