EEM Groepenkasten

Vandaag begint de meteorologische lente

meteorologische-lente-klazienaveen

Vandaag, 1 maart, begint de meteorologische lente. Het valt misschien nog niet mee om te beseffen dat de winter eindelijk voorbij is, want buiten is het koud en guur, het eerste kievietsei is nog niet gevonden en ook de plantjes tonen nog slechts schuchter hun eerste frisse voorjaarsblaadjes boven de grond. Onderwater is het echter een heel ander verhaal. Kijk maar eens naar de dieren voor onze kust, die weten al weken dat de winter haar strenge regime aan het verliezen is. Diverse zeedieren zijn zich nu al massaal aan het voortplanten. De lente is onderwater allang begonnen.

Meteorologische lente

Vandaag is het 1 maart, de dag dat de lente officieel begint, althans de meteorologische lente, ook al werkt het weer, met veel regen, een schrale wind en temperaturen tot maximaal 9 graden nog niet echt mee. De astronomische lente begint volgens de kalender echter pas op 20 maart. Om praktische, maar ook klimatologische redenen begint de meteorologische lente altijd op de vaste datum van 1 maart op het noordelijk – en op 1 september op het zuidelijk halfrond, en duurt op het noordelijk halfrond tot en met  31 mei. De astronomische lente, de echte eigenlijk, waarin dag en nacht precies even lang zijn, heeft geen vast begin. Dit jaar begint in het noordelijk halfrond de astrologische lente op 20 maart om 23.45 uur.

Het verschil tussen de meteorologische en de astronomische lente

Voor de meteorologen is het gemakkelijk om de seizoenen in handig hanteerbare perioden te hakken. De drie koudste maanden – december, januari en februari – worden daarom “winter” genoemd, de drie warmste – juni, juli en augustus – “zomer” en de zes maanden daartussenin uiteraard “herfst” en “lente”. Natuurlijk trekt het weer zich niets aan van deze starre grenzen. De eerste uitgebreide vorst in de nacht kan zich in een extreem geval al in september voordoen en vorig jaar oktober kwam het al tot matige vorst en op de 24e sneeuwde het op veel plaatsen! Ook in maart kan het nog stevig winteren. In 1971 kwam er toen zelfs nog een koudegolf voor, met vijf ijsdagen op rij en strenge vorst in de nachten! Sommige maartmaanden knipogen zelfs niet naar de lente en leveren méér vorstdagen op dan in menige wintermaand. Kortom, ook de herfst en de lente kennen hun portie winterweer.

Het begintijdstip van de winter zoals we dat op de kalenders aflezen, is de zogenaamde “astronomische” winter. Deze begint zodra de as van de Aarde op het noordelijk halfrond het verst van de zon afwijst. De zon staat dan precies boven de steenbokskeerkring en de nachten duren dan op het noordelijk halfrond het langst. Na 21 december begint de zon, die zich dan in het sterrenbeeld “steenbok” bevindt, weer terug naar het noorden te bewegen, vandaar de benaming “steenbokskeerkring”. De dagen beginnen op het noordelijk halfrond na 21 december weer te lengen, maar de winter staat eigenlijk pas net voor de deur. Niet voor niets luidt een weerspreuk, waar een grote kern van waarheid in schuilt: “Als de dagen lengen, gaat de winter strengen!”

Het lengen van de dagen: de lente

Met het lengen van die dagen is trouwens wat bijzonders aan de hand. Wie goed oplet, constateert dat momenteel de dagen vooral aan de ochtendzijde korten, dat wil zeggen, iedere dag komt de zon nog iets later op, maar dat het tijdstip van zonsondergang nauwelijks meer verandert. De vroegste zonsondergang valt al rond 15 december, terwijl de meest late zonsopkomst pas kort na Kerst valt. Met Nieuwjaar duurt de dag al zo’n tien minuten langer dan tijdens de kortste dag op 21 december. Die tien minuten winst worden dan vrijwel uitsluitend in de namiddag geboekt. Pas in de loop van de eerste week van januari zal ook ’s ochtends de zon langzaam maar zeker wat vroeger gaan opkomen en begint de dag aan twéé kanten – zowel ’s ochtends als in de namiddag – te lengen.

De verklaring voor dit verschijnsel is dat de Aarde in deze tijd van het jaar gaat “achterlopen” ten opzichte van de ware zonnetijd. In Midden-Nederland staat de zon om ongeveer 12.40 uur pal in het zuiden, maar dit tijdstip wordt de komende periode alsmaar later. Het maximale verschil, ongeveer een kwartier, wordt half februari bereikt, om daarna weer kleiner te worden. Voor het weer maakt dit allemaal niet uit, het is puur de zonshoogte en de daglengte die bepalend is voor de temperatuur, waarbij er wel een vertraging optreedt van gemiddeld vier tot acht weken.

(Bron: weer.nl/knmi.nl/wikipedia.nl)