EEM Groepenkasten

Het Verdwenen Dorp – Door Jans Jagt (deel 2)

Kanaalgravers Klazienaveen Zuidoost Drenthe‘Het Verdwenen Dorp’, een spannend tweedelig verhaal, geschreven door Jans Jagt. Vandaag het 2e en laatste deel. Het 1e deel gemist? Klik hier voor deel 1.

Voor Anna betekende dat een paar spannende momenten, want zij wilde beslist niet dat de vreemdeling werd gevonden. Maar al te vaak had ze de meest gruwelijke taferelen zien gebeuren wanneer vreemdelingen het dorp naderden. Het beeld van bloedende en verminkte lichamen bleven haar lang voor het netvlies hangen. De enkeling die het geluk had in leven te blijven, moest voor de dorpsbewoners werken. Door het slechte eten en behandeling bleven vaak niet lang leven.

Voor Anna betekende dergelijke taferelen vaak een kwestie van lijdzaam toezien. Juist nu had ze de kans gezien de juist afgeranselde vreemdeling te verbergen. Eindelijk kon ze een keer iets terug doen, Dat ze daarbij ook haar eigen riskeerde, realiseerde zij zich terdege. Twee keer had ze inmiddels gezien dat één van de kerels om de hoek in de veestal had gekeken. De vreemdeling werd niet gevonden. Het dorp stond voor een raadsel.
Waar was de vreemdeling gebleven?
Ver nadat de zon was onder gegaan waagde Anna zich een kijkje in de veestal te nemen. Ze zou proberen de arme stakker er weer zo snel mogelijk bovenop te krijgen.

Tien dagen had Anna de jonge soldaat nu verzorgd en was ze hem onbewust een beetje gaan vertroetelen. Zienderogen was hij opgeknapt. “Waarom waag je je leven voor mij, Anna?” vroeg Leen terwijl hij haar bij de arm pakte. Even keken ze elkaar recht in de ogen. Anna wendde haar ogen af. “Dat ben ik aan me zelf verplicht.”, antwoordde Anna, “Het leed wat mijn dorpsbewoners vreemdelingen aandoen heb ik nooit kunnen voorkomen. Laat mij op deze manier wat terugdoen. Gelukkig weet tot nu toe niemand dat jij hier bent. Het zal zeker je dood worden als je ontdekt wordt. Ik zal proberen je zo snel mogelijk uit dit afschuwelijke dorp te helpen ontvluchten.”
“Ik ben je erg dankbaar, Anna. Ik zal nooit vergeten wat je voor mij hebt gedaan. Ik moet je trouwens wel waarschuwen. Je moet je dorp zo snel mogelijk verlaten. Binnen drie dagen staan er de meest afschuwelijke dingen in dit dorp te gebeuren. Die boodschap kreeg ik terwijl ik bijna dood op de veenpad lag. Daarvoor wil ik jou behoeden. Alsjeblieft, Anna, verlaat dit dorp zo snel mogelijk.”

Voor Anna klonk die waarschuwing van de arme soldaat zo overtuigend dat ze werkelijk van plan was het dorp te verlaten. Alleen haar oude vader had er de grootste moeite mee zich te laten overtuigen door zijn dochter. “Laat mij met de vreemdeling praten, Anna.” probeerde hij in een laatste poging. Anna weigerde heel resoluut. Hij moest Anna op haar woord geloven. Uiteindelijk deed Anna’s vader dat dan ook. Al deed hij dat meer om het feit dat zijn dochter anders alleen zou vertrekken.

Morgen zouden ze voor zonsopgang vertrekken.
’s Avonds sloop ze nog laat naar de veestal. Ze zou Leen nu alvast helpen het dorp te ontvluchten. Niet dat hij daarom had gevraagd. Anna dacht dat de duisternis van de nacht een goede bescherming zou zijn. Maar Anna kreeg de kans helemaal niet Leen te helpen. Teleurgesteld en misschien ook verdrietig was ze toen Anna er achter kwam dat Leen al was vertrokken.
Waarom had hij geen afscheid genomen?
De manier waarop ze elkaar in de ogen had gekeken. De manier waarop hij soms haar hand had had vastgehouden.
Tranen vulden haar ogen.

Zwijgend liepen Anna en haar vader de volgende morgen in het donker het veenpad af. Nog één keer keek ze over haar schouder naar het dorp. Vredig lag het daar te midden van het uitgestrekte moerasgebied. Langzaam trok een lichte mist over het dorp.
Binnen drie dagen zou er iets afschuwelijks gebeuren; tenminste als de jonge soldaat gelijk kreeg. Tegen de avond bereikten Anna en haar vader uitgeput het op een kleine zandrug gelegen Roswinkel. De herberg zat vol reizigers. In het pas gemaaide koren vonden ze een slaapplaats voor de nacht. Met het meegenomen brood vulden ze hun magen. Vader had nog een stuk spek meegenomen. Misschien smaakte het hier nog wel beter dan thuis.

Vader en dochter besloten de dag en de volgende nacht in het kleine dorp te blijven. Natuurlijk waren ze nieuwsgierig naar de gevolgen van de voorspellingen van de jonge soldaat. Maar ook angstig. Anna kon er zich niets bij voorstellen.
Ongemerkt versnelden vader en dochter hun pas op de terugweg. Ze waren zeker nog twee uur onderweg. Het moeras golfde onder hun voeten. Voor Anna’s vader kende het moeras geen geheimen. Hij wist de weg. Nu waren weer op het veenpad aangekomen. In de laatste bocht bleven Anna en haar vader verschrikt staan. Hert dorp was verdwenen. Daarvoor in de plaats lag nu een eindeloze zwarte wateroppervlakte. Van het dorp was niets meer te zien.

Gedachteloos keken vader en dochter elkaar aan. De voorspelling van de jonge soldaat was toch uitgekomen
“Het kwaad kan nooit lang duren.”
Verschrikt keken beide achterom. Daar stond de jonge soldaat. “Denk niet dat dit mijn wraak is.”
Leen vertelde nogmaals wat hij had gezien toen hij bijna dood geknuppeld was.

Aan de oever van het Swartemeer werden twee huisjes gebouwd. Een voor Anna’s vader en de ander voor Anna en haar jonge soldaat.

Zelfs na het droogleggen van het Swartemeer werd nooit meer iets van het verdwenen dorp gevonden.

‘Het Verdwenen Dorp’- Jans Jagtjans jagt boek lopen naar de horizon