EEM Groepenkasten

Wat is mist en hoe ontstaat mist?

mist stroommast hoogspanningsmastHet KNMI waarschuwt ook vanochtend weer voor (dichte) mist en er is kans op gladheid. Vooral in het noorden van het land komt op meerdere plaatsen mist voor waarin het zicht lokaal minder dan 200 meter is.

Vooral rond deze tijd van het jaar hebben we vaak te maken met mist. Maar wat is mist nou precies? Hoe ontstaat mist? Hieronder het antwoord.

Wat is mist?

Mist zijn kleine zwevende regendruppeltjes die vlak bij het aardoppervlakte zweven. Mist is eigenlijk een soort laaghangende wolk. Mist kan gevaarlijk zijn voor het verkeer omdat het zicht soms erg beperkt kan worden. Hoeveel het zicht beperkt wordt, hangt af van het aantal druppeltjes in de lucht.

Hoe ontstaat mist?

Mist ontstaat als de lucht vlak boven een oppervlakte afkoelt. Door de afkoeling gaat de waterdamp in de lucht langzaam over in waterdruppeltjes. Dat wordt condensatie genoemd en dat gebeurt wanneer de luchttemperatuur hetzelfde is als de dauwpuntstemperatuur. Om mist te vormen zijn ook condensatiekernen nodig, kleine vaste of vloeibare deeltjes waaraan het water zich kan hechten zodat druppeltjes ontstaan. Condensatiekernen zijn bijvoorbeeld zoutkristallen boven zee of stof in de lucht. Dat stof is soms afkomstig van industrierook of verkeer. In gebieden met vervuiling kan zich sneller mist vormen dan in schone lucht. Tijdens de jaarwisseling kunnen kruitdampen afkomstig van vuurwerk voor de nodige extra condensatiekernen zorgen om mist te vormen, of waar al mist was deze potdicht maken.

Welke soorten mist zijn er?

Er zijn verschillende soorten mist waarbij het verschil ligt in de manier van ontstaan.

  • Stralingsmist
  • Advectieve mist
  • IJsmist / aanvriezende mist
  • Regenmist

Stralingsmist

Dit is de meest voorkomende mist. Tijdens een avond en nacht met weinig of geen bewolking en weinig wind koelt het aardoppervlak sterk af. Ook de lucht dichtbij de grond begint af te koelen. Koudere lucht kan minder vocht bevatten en daardoor wordt op een zeker moment het condensatiepunt bereikt en ontstaan waterdruppeltjes.

Het is belangrijk dat er niet veel wind staat, maar ook niet te weinig. Als er te weinig wind staat (minder dan 1 m/s) dan blijven de waterdruppeltjes niet in de lucht ‘hangen’. Ze hechten zich aan de grond of andere voorwerpen, zoals bijvoorbeeld auto’s, grassprieten en bomen. Dit noemen we ‘dauw’. Als er te veel wind staat (meer dan 3 m/s) dan wordt de koude, vochtige lucht vlak boven de grond gemengd met drogere, warmere lucht van bovenaf. Op deze manier kan laaghangende bewolking ontstaan.

Advectieve mist

De mist ontstaat als warme lucht over een koud oppervlak wordt geblazen. Dat koude oppervlak kan bijvoorbeeld water zijn (zoals een oceaan, sloot of meer). De warme lucht koelt af door het koude oppervlak en de luchttemperatuur bereikt het dauwpunt (condensatiepunt). Waterdamp gaat condenseren aan aërosolen en er ontstaat mist. Anders dan bij stralingsmist, moet bij advectieve mist wel wind staan. Voorbeelden van advectieve mist zijn: slootmist, kanaalmist, zeemist en arctische zeerook. Dit type mist kan in Nederland vooral voorkomen in het (vroege) voorjaar als de Noordzee, Waddenzee en het IJsselmeer nog relatief koud zijn.

ijsmist winter sneeuw vorst pixabay

IJsmist en aanvriezende mist

Als de mist op koude oppervlakten vastvriest dan noemen we dit aanvriezende mist. Wanneer de bevroren mist goed zichtbaar wordt noemen we dit ruige rijp. Als de lucht heel erg koud is dan bestaat de mist niet uit waterdruppeltjes, maar ijskristallen. Dit wordt dan ijsmist genoemd.

Regenmist

Regenmist ontstaat als de lucht net boven de grond vrij koud is en met regenval warme lucht naar beneden wordt gevoerd. De warme regen valt dan door de koude lucht heen waardoor mist ontstaat.

Wat is het verschil tussen nevel, mist en (zeer) dichte mist?

Het verschil tussen nevel, mist en (zeer) dichte mist hangt af van hoe erg het zicht wordt beperkt. Als het zicht minder dan 10 kilometer is dan zijn de condities nevelig of heiig. Met zicht tussen 1000 en 200 meter spreken we van mist. Bij zichten tussen 200 en 50 meter is er sprake van dichte mist. En kun je minder dan 50 meter ver kijken dan is de mist zeer dicht. Vooral dichte en zeer dichte mist zijn erg gevaarlijk voor het verkeer.

mist weg auto gevaar pixabay

Wanneer is mist gevaarlijk?

Om te weten wanneer mist gevaarlijk is kijken we eerst naar de indeling van mist aan de hand van zicht:

  • Nevel < 2000 meter
  • Mist < 1000 meter
  • Dichte mist < 200 meter
  • Zeer dichte mist < 50 meter

Het KNMI geeft Code Geel (weerwaarschuwing) af bij minder dan 200 meter zicht (dichte mist). Code Oranje (waarschuwing extreem weer) of Code Rood (weeralarm) worden pas afgegeven bij minder dan 10 meter zicht.

Zulk slecht zicht komt zelden voor. Een bekend voorbeeld van dit soort extreme mist in ons land was tijdens de jaarwisseling van 2007 naar 2008. Het afsteken van vuurwerk versterkte de mist. De vuurpijlen en rotjes brengen namelijk fijnstofdeeltjes en roetdeeltjes in de lucht. Deze deeltjes zijn condensatiekernen. Op elk deeltje condenseert een beetje vocht uit de lucht en vormt een klein druppeltje. Zodoende kunnen extra veel condensatiekernen leiden tot extreem dichte mist.

Uitsneeuwende mist

Bij temperaturen ruim onder het vriespunt kan mist ‘uitsneeuwen’. Dit gebeurt als een gedeelte van de mistdruppels bevriest. De kleine ijskristalletjes die dan ontstaan zullen vervolgens groeien ten koste van de mistdruppels die verdampen. Als het ijskristalletje groot (zwaar) genoeg is zal het als motsneeuw vallen.

Hoe lost mist op?

Mist kan op een aantal manieren weer verdwijnen. Als het hard genoeg gaat waaien kan de mist weggemengd of weggeblazen worden. Op dit moment is het echter zo rustig in de atmosfeer dat dat niet zal gebeuren. Het belangrijkste proces dat de mist kan doen oplossen is opwarming van het oppervlak door absorptie van zonnestraling. Dit is afhankelijk van de stand van de zon en de reflecterende eigenschappen van de mist. In de late herfst en de winter staat de zon zo laag dat het oppervlak nog maar weinig straling ontvangt, wat door de mist zelf nog weer eens verminderd wordt. Daardoor lukt het in de winter niet of nauwelijks om een dikke mistlaag op te lossen.

Als een mistlaag niet te dik is, kan de warmte die in steden wordt geproduceerd net dat zetje geven om mist op te lossen, terwijl dat in meer landelijke gebieden niet lukt. Dit is goed te zien op de twee satellietfoto’s van Belgie waar de mist boven steden als Brussel, Antwerpen en Gent oplost terwijl dat daaromheen niet lukt. In Nederland was dat aan het einde van de middag te zien rond steden in het oosten van het land zoals Arnhem, Hengelo, Almelo en Enschede.

Een ander proces dat tot oplossen of minder dicht worden van de mist kan leiden is uitregenen of uitsneeuwen. Dit laatste proces kan zelfs voor een dun sneeuwdekje zorgen en zie je vaak gebeuren bij mistige situaties en temperaturen onder -4°C. Als er motregen gevormd wordt dan zorgt dit meestal voor het dunner worden van de mist.

Bewolking kan er ook voor zorgen dat mist oplost. Als mist een dikke laag heeft gevormd wordt de mist vaak in stand gehouden door afkoeling aan de top van de mistlaag. Deze afkoeling komt doordat de mistlaag meer langgolvige straling uitzendt dan hij ontvangt van een wolkenvrije atmosfeer, waardoor eventuele opwarming van onderaf vanaf het zeeoppervlak gecompenseerd kan worden. Doordat de wolken voor meer langgolvige tegenstraling zorgen wordt de afkoeling aan de top van de mistlaag kleiner waardoor de mist soms oplost.

(Bron: knmi.nl / weeronline.nl / Afbeeldingen: Pixabay)